Kort antwoord: bijenwas kaarsen maakt u op drie manieren. Gieten: smelt bijenwas au bain-marie tot circa 70 °C en giet die in een mal of potje met lont. Dompelen: doop een lont steeds opnieuw in warme was tot de kaars dik genoeg is. Rollen: rol een raatvel van bijenwas strak om een lont – zonder hete was, ideaal voor beginners.
Zelf kaarsen maken met bijenwas is een rustgevende winterhobby met een mooi resultaat: kaarsen met een warme goudgele kleur en een zachte honinggeur, zonder paraffine. In deze gids leest u welke methode bij u past, wat u nodig heeft en hoe u fouten voorkomt. Kaarsen maken met kleine kinderen? Lees dan ook kaarsen maken met kinderen.
Welke methode past bij u?
| Methode | Resultaat | Moeilijkheid | Tijd |
|---|---|---|---|
| Rollen | Kaarsen met honingraatstructuur | Makkelijk, geen hete was | 10 minuten per kaars |
| Gieten | Stompkaarsen, waxinelichtjes, figuurkaarsen | Gemiddeld | 30 min werk + uren uitharden |
| Dompelen | Klassieke dinerkaarsen | Geduld nodig | 1–2 uur per paar |
Benodigdheden voor kaarsen maken met bijenwas
- Zuivere bijenwas (korrels smelten sneller en zijn makkelijk te doseren)
- Katoenen kaarslont in het juiste nummer voor uw kaarsdikte
- Een smeltpan voor bijenwas of een pan au bain-marie
- Voor gieten: kaarsenmallen, glazen potjes of aluminium cups met lontjes voor waxinelichtjes, plus centreerhoutjes
- Voor dompelen: een hoge kaarsendompelaar of het dompelpakket
- Voor rollen: raatvellen van bijenwas
- Een keukenthermometer, krantenpapier en een schaar
Alles bij elkaar vindt u in de collectie zelf bijenwas kaarsen maken.

Bijenwas veilig smelten
Bijenwas smelt bij circa 62–65 °C. Smelt de was altijd indirect: au bain-marie of in een dubbelwandige smeltpan, nooit rechtstreeks op het vuur. Gieten doet u rond 70–75 °C; houd de was onder de 85 °C, anders verkleurt hij en gaat de honinggeur verloren. Blijf erbij zolang de was warm is en houd een deksel bij de hand. Blus brandende was nooit met water.
Methode 1: kaarsen gieten in een mal of potje
- Zet de lont in het midden van de mal of het potje en houd hem recht met een centreerhoutje.
- Smelt de bijenwas en laat hem afkoelen tot circa 70 °C.
- Giet de was langzaam in de mal; zo voorkomt u luchtbellen.
- Bij dikkere kaarsen zakt de was in het midden in. Vul na een uur bij met een beetje warme was.
- Laat de kaars minimaal een nacht uitharden op kamertemperatuur voordat u hem uit de siliconen mal haalt.
- Knip de lont af op circa 1 cm.
Waxinelichtjes gieten is de makkelijkste start: met aluminium cups en voorgemonteerde lontjes heeft u binnen een half uur een setje kaarsjes. Voor bijzondere vormen kiest u bijvoorbeeld de bijenkorf kaarsmal.
Methode 2: kaarsen dompelen
- Vul een hoge dompelaar met gesmolten bijenwas van circa 70 °C.
- Knoop aan beide uiteinden van een lont een klein gewichtje zodat hij recht hangt, en hang hem dubbel over een stokje: zo maakt u twee kaarsen tegelijk.
- Dompel de lont 2–3 seconden onder en haal hem eruit. Laat de laag 30–60 seconden afkoelen.
- Herhaal tot de kaars de gewenste dikte heeft; voor een dinerkaars zijn dat al gauw 30 tot 40 lagen.
- Snij de onderkant recht af zolang de was nog iets zacht is.

Methode 3: kaarsen rollen van raatvellen
- Werk in een warme kamer; koude raatvellen breken. Is het vel stug, verwarm het dan kort met een föhn.
- Leg een lont langs de korte kant, met ongeveer 1,5 cm extra aan de bovenkant.
- Rol het vel strak en recht om de lont, zonder luchtruimte.
- Druk de laatste rand licht aan met uw vingers.
Snijdt u het vel schuin af, dan krijgt u een spitse kaars. Rollen is de veiligste methode om met kinderen te doen.
De juiste lont kiezen
Bijenwas brandt anders dan paraffine en vraagt meestal een iets dikkere lont. Te dunne lont geeft een kleine vlam die in de was verdrinkt; te dikke lont geeft roet en een kaars die snel opbrandt. Het lontnummer kiest u op basis van de diameter van uw kaars. In de lontmaatgids voor bijenwas kaarsen staat precies welke lont bij welke dikte past.
Veelgemaakte fouten bij bijenwas kaarsen maken
- Kuil of scheur in het midden: de kaars koelde te snel af. Laat op kamertemperatuur uitharden en vul bij.
- Kaars brandt een tunnel: lont te dun. Kies een hoger lontnummer.
- Roet en flakkeren: lont te dik of te lang. Knip de lont op 1 cm.
- Kaars zit vast in de mal: te vroeg uitgenomen of de mal niet ingevet. Wacht een nacht.
- Witte waas: geen fout, maar typisch voor bijenwas. Wrijf hem weg met een zachte doek.
Liever meteen een kant-en-klare kaars? Bekijk onze bijenwas kaarsen.
Veelgestelde vragen over bijenwas kaarsen maken
Wat heb je nodig om bijenwas kaarsen te maken?
Bijenwas, een katoenen lont en afhankelijk van de methode een mal of potje, een dompelaar of raatvellen. Voor smelten gebruikt u een smeltpan of pan au bain-marie.
Wat is de makkelijkste manier om bijenwas kaarsen te maken?
Rollen van raatvellen. U heeft geen hete was nodig en een kaars is in tien minuten klaar.
Op welke temperatuur smelt bijenwas?
Bijenwas smelt bij circa 62–65 °C. Gieten doet u rond 70–75 °C; blijf onder de 85 °C.
Hoe lang moet een gegoten bijenwas kaars uitharden?
Laat de kaars minimaal een nacht op kamertemperatuur uitharden voordat u hem uit de mal haalt of aansteekt.
Kan ik geur toevoegen aan bijenwas kaarsen?
Ja, maar bijenwas ruikt van zichzelf al naar honing. Hoe u geur toevoegt, leest u in zelf geurkaarsen maken.

































